Chris Teurlinckx: ’Ecologisch bermbeheer is goed voor wilde planten en dieren in onze omgeving’

Je kunt zelf veel doen om een levende tuin te krijgen, waarin wilde bijen, vlinders, egels en vogels graag vertoeven. Maar meer biodiversiteit is een kwestie die ons allemaal aangaat. Wat doet de gemeente bijvoorbeeld? We vragen het aan Chris Teurlinckx, regisseur van het cluster groen in de gemeente. ‘We doen verschillende dingen, zo zijn we bijvoorbeeld aan het omschakelen naar ecologisch beheer van onze bermen.’

We zien het in Steenwijkerland steeds vaker: bloemrijke bermen. Een mooi gezicht en goed voor de vlinders en de bijen. Denk bijvoorbeeld aan het vernieuwde fietspad langs het Steenwijkerdiep. Of in Willemsoord, langs het fietspad buiten de bebouwde kom. Daar word je toch vrolijk van.

Goed bermbeheer
‘Vroeger klepelden we het gras in de bermen. Bij het klepelen wordt het gras kapotgeslagen en blijft het achter in de berm. Dat gaat snel en je hebt er minder werk van en daardoor is het op korte termijn de goedkoopste methode. Het gras dat achterblijft in de berm verteert en maakt de bodem voedselrijk. Op een voedselrijke bodem groeien vooral snelgroeiende grassen en brandnetels; kruiden en veldbloemen krijgen geen kans. Ruim tien jaar geleden kwam er meer aandacht voor het bermbeheer. We zijn toen op de zandgronden begonnen met maaien en het afvoeren van het gras. Dat is in ongeveer 40% van alle bermen die de gemeente Steenwijkerland beheert. Je ziet dan in de loop der jaren de bermen verschralen. Gevolg: meer bloemen en kruiden in de bermen en dat is goed voor vlinders, wilde bijen en andere insecten. Het resultaat van deze aanpak houden we bij. We registreren in welk stadium de berm zich bevindt en wat we moeten doen om de berm bloemrijker te maken. We hebben in de loop der jaren het areaal ecologisch beheerde bermen verder kunnen uitbreiden naar ongeveer 60% van alle gemeentelijk beheerde bermen. We werken nu aan een omschakeling naar volledig ecologisch bermbeheer’, legt Teurlinckx uit.

Achteruitgang insectenbestand aanpakken
‘Door het ecologisch beheren van onze bermen willen we bijdragen aan het verbeteren van de insectenstand in Steenwijkerland. Wilde dieren hebben voedsel, vocht en veiligheid nodig. Insecten zijn een belangrijke voedselbron voor allerlei wilde dieren, zoals vogels, egels, kikkers en libellen. Naast voedselbron zijn insecten belangrijke bestuivers van gewassen en insecten dragen daarmee bij aan onze voedselvoorziening. Bloemrijke bermen zijn een geschikte leefomgeving voor insecten. Het bermbeheer heeft nog een toegevoegde waarde: bloeiende bermen zijn mooi om te zien en leuk om langs te fietsen. Ook in de kernen worden stukken grasland ecologisch beheerd’, vervolgt Teurlinckx.

Vlinderidylle
Op een aantal plekken heeft de gemeente samen met de Vlinderstichting en leerlingen van de basisschool vlinderidylles gemaakt, zoals bij ’t Krullebossie in Steenwijkerwold, aan de Middenweg in Steenwijk en in Toutenburg in Vollenhove. ‘Ik zie voorzichtig de eerste resultaten. Er vormen zich verschillende soorten, die bloeien nu nog niet. Als deze volgend jaar gaan bloeien, worden het mooie bloemrijke velden. Het vinden van een goede plek voor de idylles was best even zoeken, want op het eerste oog mooie locaties hebben vaak al een bestemming als trapveld of hondenuitlaatveld. Gelukkig hebben we toch drie mooie locaties kunnen vinden.’

Sleedoornpage
Leuk om over te vertellen zijn de inspanningen van de gemeente om de Sleedoornpage te behouden. De sleedoornpage is een zeldzame vlinder die leeft op de overgang van hoger naar lagergelegen landschap waarin Sleedoorns groeien. ‘Wij liggen op een stuwwal dus we hebben veel van die plekken met hoogteverschil en bij ons groeit sleedoorn. We hebben een keer verkeerd gesnoeid en kwamen toen in contact met iemand die veel verstand heeft van vlinders. We hebben afspraken gemaakt over hoe en wanneer we snoeien. De Sleedoornpage legt zijn eitjes op jong hout, daarom wordt na vijf jaar de sleedoornstruik gesnoeid, waarna weer jonge takken groeien. Dus moet je af en toe snoeien. We hebben daar een heel programma voor gemaakt en sindsdien gaat het beter.’

Japanse duizendknop bestrijden
Tot slot wil Teurlinckx iets kwijt over de Japanse Duizendknoop, een invasieve exoot. ‘Het is een hard groeiende plant uit een ander werelddeel die zich hier, bij gebrek aan natuurlijke vijanden, enorm uitbreidt. Doordat de plant zo hard groeit worden planten en dieren die hier wel thuishoren, verdrongen. De wortels van de plant zijn bijzonder sterk en kunnen door wegen heen groeien en funderingen aantasten. Er zijn verschillende manieren waarop de Japanse duizendknoop wordt bestreden. Bijvoorbeeld afgraven en zeven van de grond, of elektrocuteren van de plant met speciale apparatuur. Daarmee voorkom je dat de plant zich verder verspreidt. Na de behandeling gaan we nog regelmatig langs om te controleren of de plant weg is. Het is een hele strijd, maar dit is de meest effectieve manier.’ Heb je Japanse duizendknoop in je tuin? Graaf het met wortel en al uit en gooi de plant en de wortels niet in de groenbak maar bij het restafval’, aldus Teurlinckx.

Op de site van de gemeente Steenwijkerland staat informatie over de Japanse Duizendknoop, waarmee de plant herkend kan worden.