Salderingsregeling gaat veranderen

Heb je zonnepanelen, dan gebruik je een deel van de opgewekte stroom direct zelf. Het deel dat je niet gebruikt, lever je terug aan het elektriciteitsnet. Je energieleverancier trekt de teruggeleverde stroom af van de hoeveelheid stroom die je hebt gekocht. Deze verrekening heet salderen. Voor de stroom die je teruglevert, ontvang je hetzelfde bedrag (inclusief energiebelasting, opslag duurzame energie) per kilowattuur (kWh) als de prijs die je betaalt voor de stroom die je koopt. Er gaat iets veranderen aan de salderingsregeling. Deze blijft in zijn huidige vorm gehandhaafd tot 2023. Tot 1 januari 2023 verandert er daarmee niets voor wie al zonnepanelen heeft, maar vanaf dat jaar wordt de regeling tot 2031 stapsgewijs afgebouwd naar 0.

Er zijn onlangs meer details bekend geworden over het wetsvoorstel van minister Wiebes van Economische Zaken. Het salderingspercentage daalt minder snel dan verwacht, stelt de Vereniging Eigen Huis. Met ingang van 2023 mag je nog maar een percentage van de elektriciteit die je hebt teruggeleverd in mindering brengen op de hoeveelheid stroom die je hebt verbruikt. Dit percentage gaat elk jaar omlaag, maar daalt minder snel dan verwacht. Tussen 2023 en 2031 daalt het percentage jaarlijks met 9 %. Vanaf 2031 daalt het salderingspercentage met 28% tot 0%.

Terugleververgoeding
Voor het deel van de stroom die je zelf hebt opgewekt en vanaf 2023 niet meer mag salderen, ontvang je een terugleververgoeding. Minister Wiebes wil die vergoeding vanaf 2023 instellen op minimaal 80% van het leveringstarief (exclusief belastingen) dat je hebt afgesproken met je energieleverancier. Hij wil dit in de wet opnemen, zodat consumenten beter zijn beschermd. De vergoeding is nu nog gesteld op 70% van het leveringstarief (exclusief belastingen).

Terugverdientijd verandert
Huishoudens die nu al zonnepanelen hebben, zullen deze volgens het kabinet binnen 7 jaar kunnen terugverdienen. Voor consumenten die na 2021 panelen aanschaffen, kan de terugverdientijd volgens het kabinet oplopen tot 9 jaar.
Nog voor de zomer wil de minister de bijbehorende wet voorleggen aan de Eerste en Tweede Kamer.